Huidige toestand

Sinds 1994 is de Arthur Koolkazerne onderdeel van het complex Prins Mauritskazerne, waaronder in totaal vijf kazernes vallen. Al deze kazernes, samen met de verderop aan de Nieuwe kazernelaan gelegen Elias Beeckman- en Simon Stevinkazerne, gaan per 1 januari 2011 over in handen van de gemeente Ede. Voor alle kazernes geldt dat er al veel gebouwen afgesloten zijn en niet meer gebruikt worden. Ook het H-vormige hoofdgebouw van de Arthur Koolkazerne en de voormalige stallen worden niet meer gebruikt.

Ede heeft grootse plannen met het gebied van de kazernes, waar duizenden woningen gerealiseerd zullen worden. Een aantal kazernegebouwen, die de status hebben van Rijks- of gemeentelijk monument of die aangemerkt zijn als markant gebouw, zullen in de plannen ingepast worden. Zo zal ook het hoofdgebouw van de A. Koolkazerne, met zijn status van Rijksmonument, een leven na de Landmacht krijgen. Dit geldt tevens voor de van Essenkazerne en de dichtbijgelegen P.L. Bergansiuskazerne, die beide ook Rijksmonument zijn. De stallen en de cavalerierijloods van de A. Koolkazerne zijn aangemerkt als karakteristieke panden en krijgen alsnog de monumentstatus. Ze zullen eventueel als werkplaatsen of ateliers hergebruikt worden.
Het gebied van deze drie kazernes zal een landschappelijke setting krijgen en de karakteristieke hoofdgebouwen worden waarschijnlijk hergebruikt als appartementen. Verder wil men voorzieningen als een basisschool, crêche en studentenhuisvesting, naast uiteraard woningen, in dit deelgebied bouwen.

Indien u rechtstreeks op deze pagina kwam, lees nu eerst de inleiding:

Geschiedenis

De kazerne werd oorspronkelijk gebouwd voor de cavalerie en is bouwtechnisch gelijk aan de direct er naast gelegen van Essenkazerne. In 1909 betrok het 1e Regiment Huzaren de kazerne om deze te gebruiken tot aan de mobilisatie van 1914. De huzaren vertrokken naar hun oorlogslokatie en keerden  na het einde van de 1e Wereldoorlog in 1918 niet meer terug. In 1922 werd er evenals op de van Esssenkazerne de 2e Artillerie Brigade gelegerd. De kazerne ging officieel naamloos door het leven en zou pas in september 1934, samen met de andere drie kazernes in Ede, zijn naam krijgen.

Tijdens de bezettingsjaren werd de Koolkazerne gebruikt voor legering en opleiding van de Waffen SS. Samen met de van Essen- en de Bergansiuskazerne werd de kazerne door de Duitsers Bismarck- Kaserne genoemd.

In de jaren direct na de oorlog werden er ten bate van uitzending naar Nederlands-Indië, militairen opgeleid voor het 2e Regiment Veldartillerie. Op 1 januari 1948 volgde de oprichting van het Depot Veldartillerie. Begin jaren ‘50 volgde de oprichting van het Regiment Veld Artillerie van Essen in Ede. Evenals op de naastgelegen van Essen- en Bergansiuskazerne werden er opleidingen voor alle typen geschut gegeven. Het RVA van Essen verhuisde midden 1953 naar de Chassékazerne in Breda. Vanaf toen was de hoofdgebruiker het parate 44e, later omgenummerd naar 14e Afdeling Veldartillerie. Met de overplaatsing in 1968 van de 14e Afdeling Veldartillerie, die ook op de van Essenkazerne gelegerd was, verdween de laatste veldartillerie-eenheid uit Ede.
Ook de verbindingsdienst zou in de jaren ‘60 de kazerne gebruiken voor het 106e Verbindingsrasterbataljon.

Vanaf oktober 1983 vormde de kazerne samen met de twee andere artilleriekazernes en de Maurits- en JWF-kazerne het Kazernecomplex Ede-West, dat in 1994 weer omgedoopt werd in Prins Mauritskazerne.

De naamgever

Arthur Kool werd in 1841 in Maastricht geboren en ving zijn militaire carrière aan op 14-jarige leeftijd als cadet der artillerie aan de KMA. Na dienstperiodes bij de vesting- artillerie en de rijdende artillerie, kwam hij in de rang van 1e luitenant te werken op het bureau militaire verkenningen van de Generale Staf. Verdere promoties volgden, plaatsing bij de rijdende artillerie als kapitein, een leraarschap aan de stafschool.
Zijn carrièrre nam een andere wending toen hij van 1879 tot 1883 lid van de Tweede Kamer werd. Daarna volgde terugkeer in actieve dienst, promoties tot luitenant-generaal in 1897 en de positie gedurende 13 jaar als chef generale staf tot 1907.
Dit werd onderbroken door het vervullen van de positie van minister van Oorlog in 1901. Gedurende tientallen jaren was dit één van de minst gewilde ministersposten in die tijd. Dat Kool er maar één jaar zat, net zoals velen voor hem, is veelzeggend.
Van 1907 tot 1909 diende hij als commandant veldleger. Hij overleed in 1914 in Den Haag.

Overig

De kazerne is samen met de van Essenkazerne gebouwd in chaletstijl, waarschijnlijk naar een ontwerp van kapitein eerstaanwezend-Ingenieur van Stolk. De twee kazernes met hun hoofdgebouwen met H-vormige plattegrond vormen vrijwel elkaars spiegelbeeld. De nog bestaande noord-zuidweg dient als symmetrie-as. Een fotoalbum uit 1909 dat de bouw van de twee kazernes laat zien, vertoont tevens veel kleinere gebouwen in chaletstijl die in de loop der jaren verdwenen zijn. Het ijzeren hek dat de toegang tot de kazernes markeerde is eveneens verdwenen.
De kazerne geniet samen met de identieke van Essenkazerne bescherming als Rijksmonument.

Voor foto's uit het verleden, kijk in:

 

Meer weten? In achtergronden, 19e eeuw en einde koude oorlog, worden de periodes en de defensiepolitiek rond het ontstaan en de afstoting beschreven. In architectuur, 1874-1918, de bouw en stijl van deze en andere kazernes.