Huidige toestand

De Johan Willem Frisokazerne (JWF-kazerne) zal samen met de zes andere naastgelegen kazernes op 1 januari 2011 overgenomen worden door de gemeente Ede. De kazerne valt samen met de Maurits-, A. Kool-, van Essen- en P.L. Bergansiuskazerne als één complex onder de naam Prins Mauritskazerne. Het hoofdgebouw van de kazerne en diverse andere cultuurhistorisch waardevolle kazernegebouwen (van de andere hiervoor genoemde kazernes) hebben de Rijksmonumentstatus gekregen.

De gemeente Ede maakt momenteel plannen om de oostrand van Ede waar de kazernes liggen, te ontwikkelen voor woningbouw. De kazernegebouwen met Rijks- of gemeentemonumentstatus moeten in deze plannen ingepast worden. Over het behoud van enkele kleinere gebouwen wordt nog gediscussieerd, maar het overgrote deel zal gesloopt worden.
In het deelplan voor het gebied van de Maurits- en JWF-kazerne is voorzien in de bouw van zes woontorens, grondgebonden woningen en een basisschool. Eventueel worden er nog twee woontorens extra gebouwd om tot een hogere woningdichtheid te komen. Het hoofdgebouw van de Johan Willem Frisokazerne is vanwege zijn ligging vlak bij het spoor kandidaat voor een tweede leven als hotel met voorzieningen als een sauna, fitness etc.

Op dit moment, 2009, is het hoofdgebouw van de Johan Willem Frisokazerne niet meer in gebruik en verlaten. Aan onderhoud wordt, gelet op de alom afbladderende verf op de kozijnen, alleen nog minimale aandacht besteed. Het complex Prins Mauritskazerne is grotendeels niet meer in gebruik. De Landmacht had het al in 2007 moeten verlaten, maar er is enig uitstel in verband met trainingen die er voor de inzet in Afghanistan gegeven worden.

Indien u rechtstreeks op deze pagina kwam, lees nu eerst de inleiding:

Geschiedenis

Vanwege de beschikbare bouwgrond en aanwezigheid van woeste grond voor oefenterreinen, werd Ede aan het begin van de 20e eeuw garnizoensplaats. In 1904 werd de bouw aanbesteed voor twee naast elkaar gelegen infanteriekazernes. Behalve een hoofdgebouw verrezen er ook een badinrichting, scherm- tevens gymnastiekzaal en een tussen de kazernes gelegen kantine. In 1906 werd dit aangevuld met een apotheek en een magazijn voor wapens en uitrusting, het nu niet meer bestaande Arsenaal. In 1906 betrok de eerste bewoner de kazerne, het 11e Regiment Infanterie, dat in 1913 omgedoopt werd in 22 RI.

Aan de vooravond van de 1e Wereldoorlog werd gemobiliseerd en ten gevolge daarvan werd Ede overstroomd met 8000 soldaten, die letterlijk overal waar mogelijk was ondergebracht werden. Achter de kazernes werd een tentenkamp opgericht.
De eerste naoorlogsjaren verliepen in alle opzichten rustig. In september 1934 werd de kazerne, die tot die tijd als Infanteriekazerne 2 door het leven ging, omgedoopt in Johan Willem Frisokazerne. Aan de vooravond van de 2e Wereldoorlog, op 28-08-1939, volgde algehele mobilisatie en weer stroomde Ede vol met soldaten en paarden. 22 RI zou dienst doen in de dicht bijgelegen Grebbelinie.

Al snel na de nederlaag van de meidagen namen de Duitsers de kazerne in gebruik en noemden deze, samen met de Mauritskazerne, de Kommodore Boute Kaserne. Het complex werd een Kriegsmarinekazerne, wat zover van zee verwondering opwekte. Al snel sprak men in Ede spottend over Heidemarine en zandeenden.
In september 1944 volgden er bombardementen op Ede in het kader van operatie Market-Garden en de daaruit volgende Slag bij Arnhem. Om aan de gevechten deel te nemen trok een groot deel van de Duitsers uit Ede weg om niet meer terug te keren. Er bleef een garnizoen van 100 man achter.

Na de bevrijding van Ede op 17 april 1945 werd op het terrein van de kazerne het Kamp Ede gevestigd, voor de internering van politieke delinquenten (NSB’ers).
In juli 1950 werden de Regimenten Artillerie heropgericht, op de JWF-kazerne kwam het RVA van Essen, een zogenaamd vredesregiment  dat opleidingen verzorgde op de diverse beschikbare kazernes in Ede.
Het wapen van de luchtdoelartillerie was in die jaren erg belangrijk en in de 2e helft van 1950 werd de Lucht Afweer School (LuAS) op de Maurits- en JWF-kazerne gevestigd. Tijdens de jaren ‘50 was de LuAS het grootste vredesonderdeel van de Landmacht met 2500 instructeurs en leerlingen. De luchtdoelartillerie zou in de jaren ‘60 voor Nederland aan belang inboeten, toen de verdediging van de Navo zich van de IJssellinie naar Duitsland verplaatste.

In de loop der jaren verschoven de opleidingen naar de nieuwe wapensystemen die bij de KL instroomden, zoals de PRTL, de Stinger en het luchtdoelkanon 40L70G. Ten bate voor de opleiding met de Stinger verrees er een bijzonder gebouw op de kazerne, de zogenaamde Stingerbol. Dit is een grote koepel waar aan de binnenkant oefendoelen geprojecteerd kunnen worden.
Na de Koude Oorlog verloor de luchtdoelartillerie aan belang, er werd niet meer met kanonnen op vliegtuigen geschoten en de PRTL 's  en luchtdoelkanonnen verdwenen uit de sterkte van de Landmacht. De opleiding en de resterende parate luchtdoelafdelingen zullen naar De Peel verhuizen volgens een plan uit 2004. Ook het op de kazerne gevestigde Luchtdoelmuseum is anno 2008 al gesloten, in afwachting van de verhuizing.

De naamgever

Johan Willem Friso werd in 1687 in Dessau geboren en werd al op 9-jarige leeftijd, na het overlijden van zijn vader, vorst van Nassau-Dietz en stadhouder van Groningen en Friesland. Zijn moeder zou tot hij meerderjarig werd in 1707 als regentes optreden.
Johan Willem Friso nam als generaal deel aan de Spaanse Successieoorlog en liet zich als een onverschrokken aanvoerder kennen. Ten gevolge van een misverstand bij de Slag bij Malplaquet tussen hem en de Engelse commandant Marlborough, verloren  duizenden Nederlandse soldaten het leven, de slag werd wel gewonnen.
In 1711 verdronk hij, nog maar 24 jaar oud, tijdens de oversteek van het Hollands Diep toen hij zich naar Den Haag spoedde in verband met een erfenis.



Overig

De JWF- en Mauritskazernekazerne zijn gebouwd in 1904-1906, waarschijnlijk naar een ontwerp van kapitein eerstaanwezend ingenieur van Stolk in neo-renaissance stijl. De kazernes zijn van het zogenaamde lineaire type met achtervleugels. De kazernes dienden voor huisvesting van manschappen en enkele officieren, er waren cellen en rijwielbergingen. De grote hal die later toegevoegd is tussen de binnenste achtervleugels, vormde een overdekte binnenplaats die gebruikt werd als exercitielokaal of noodlogies.
Het kazerneterrein had een gemeenschappelijke ingang voor de twee kazernes en kende een nu grotendeels verdwenen symmetrische aanleg en inrichting.

 

Meer weten? In achtergronden, 19e eeuw en einde koude oorlog, worden de periodes en de defensiepolitiek rond het ontstaan en de afstoting beschreven. In architectuur, 1874-1918, de bouw en stijl van deze en andere kazernes.