|
Huidige toestand
De Mauritskazerne is samen met de zes andere kazernes aan de Nieuwe Kazernelaan per 1 januari 2011 overgegaan in handen van de gemeente Ede. Voor de kazerneterreinen zijn vergaande plannen bedacht. Samen met de naastgelegen identieke Johan Willem Frisokazerne (JWF) vormt de Mauritskazerne het deelplan, enclave genoemd in de plannen, Maurits-zuid.
De hoofdgebouwen van Maurits- en JWF-kazerne zijn beide rijksmonument en krijgen een prominente rol in dit gebied. Het tussen deze gebouwen gelegen exercitieterrein en het ketelhuis worden ook gespaard, de rest van de gebouwen op de terreinen van beide kazernes worden gesloopt.
In de loop der jaren is de zichtbaarheid van de twee markante hoofdgebouwen vanuit Ede sterk verminderd, zeker toen de oude gemeenschappelijke ingang verdween. Thans wil men de zichtbaarheid weer vergroten.
Een definitieve invulling van een nieuwe functie voor het kazernehoofdgebouw is er nog niet. Eerdere plannen repten over het realiseren van appartementen in het gebouw. Het hoofdgebouw van de JWF wordt mogelijk een hotel.
Het terrein achter de kazernes zal met overwegend laagbouw gevuld worden in een hoge dichtheid, compacte bebouwing in het groen genoemd in de plannen. Voor de enclave Maurits-zuid heeft men het thema Netwerk aan de Veluwe bedacht. Hier wil men wonen en werken combineren.
Lees indien u rechtstreeks op deze pagina kwam nu eerst de inleiding: |
|
Geschiedenis
Vanwege de beschikbare bouwgrond en woeste grond voor oefenterreinen werd Ede aan het begin van de 20e eeuw garnizoensplaats. In 1904 startte de bouw voor twee naast elkaar gelegen infanteriekazernes. Behalve een hoofdgebouw per kazerne verrezen er ook een badinrichting, scherm- tevens gymnastiekzaal en een tussen de kazernes gelegen kantine. In 1906 werd dit aangevuld met een apotheek en een magazijn voor wapens en uitrusting, het nu niet meer bestaande Arsenaal. In 1906 werd de Mauritskazerne betrokken door het 11e Regiment Infanterie dat in 1913 omgenummerd werd in 22 RI.
Aan de vooravond van de 1e Wereldoorlog vond algehele mobilisatie plaats en Ede werd overstroomd met 8000 soldaten, die letterlijk overal waar het maar mogelijk was ondergebracht werden. Achter de kazernes werd een tentenkamp opgericht.
De eerste jaren na de 1e Wereldoorlog verliepen in alle opzichten rustig. In september 1934 werd de kazerne die tot die tijd als Infanteriekazerne 1 door het leven ging, omgedoopt in Mauritskazerne.
Kort voor het uitbreken van de 2e Wereldoorlog op 1 september 1939, vond in Nederland op 28 augustus de algehele mobilisatie plaats en weer stroomde Ede vol met soldaten en paarden. 22 RI zou dienst doen in de dichtbijgelegen Grebbelinie.
Al snel na de nederlaag in mei 1940 namen de Duitsers de kazerne in gebruik en noemden deze samen met de JWF- kazerne de Kommodore Bonte Kaserne. Er werden manschappen opgeleid voor de Kriegsmarine, wat midden op de zanderige Veluwe verwondering opwekte. Al snel sprak men in Ede over Heidemarine en zandeenden.
In 1942 interneerden de Duitsers de Nederlandse beroepsofficieren die in de meidagen van 1940 gevochten hadden. Met het smoesje dat er een inspectie gehouden zou worden en de mededeling dat men een retourtje voor de trein moest kopen, werden de Nederlanders naar Ede gelokt om direct gevangen genomen te worden. Nog diezelfde dag vertrok men per trein naar een kamp bij Neurenberg.
In september 1944 begon de Slag bij Arnhem en werd het nabijgelegen Ede vanwege de aanwezigheid van Duitse troepen gebombardeerd. Hierna trok een groot deel van de Duitsers uit Ede weg om aan de gevechten deel te nemen en zou nadien niet meer terugkeren.
Na de bevrijding van Ede op 17 april 1945 werden er Canadezen gelegerd op een deel van de kazerne tot hun vertrek in november dat jaar.
In 1946 kwam de opleiding tot gewondenverzorger op de Mauritskazerne, een onderkomen werd gevonden in de barakken achter de kazerne. Zelfs in 1946 was dat uitgeleefde onderkomen even slikken voor de betrokkenen. Na de opleiding vertrok men voor uitzending naar Nederlands-Indië.
Het wapen van de luchtdoelartillerie was in die jaren erg belangrijk en in de 2e helft van 1950 werd de Lucht Afweer School (LuAS) op de Maurits- en JWF-kazerne gevestigd. In de jaren ’50 was de LuAS het grootste vredesonderdeel van de Landmacht met 2500 instructeurs en leerlingen. In de loop der jaren verschoven de opleidingen naar de nieuwe wapensystemen die bij de Landmacht instroomden, zoals de PRTL, de Stinger en het luchtdoelkanon 40L70G.
Na de Koude Oorlog verloor de luchtdoelartillerie aan belang, er werd niet meer met kanonnen op vliegtuigen geschoten en de PRTL 's en luchtdoelkanonnen verdwenen uit de bewapening. De opleiding en de resterende parate luchtdoelafdelingen verhuisden naar Vliegbasis De Peel verhuizen volgens een plan uit 2004.
De naamgever
Prins Maurits, geboren op de Dillenburg in 1567, was de zoon van Willem van Oranje en werd bij afwezigheid van zijn in de Nederlanden verblijvende vader door zijn oom Jan van Nassau opgevoed. Hij studeerde eerst in Duitsland maar vervolgde in 1582 zijn studie in Leiden.
Al op 18-jarige leeftijd nadat twee jaar eerder Willem van Oranje vermoord was, werd hij stadhouder en admiraal van Holland en Zeeland. Na een aanvankelijke moeizame start vanwege de slechte stand van zaken op militair gebied, ontpopte hij zich als militair hervormer en werden er vele successen geboekt. Onder leiding van Maurits werden er 43 steden en 55 forten veroverd.
Het succes was mede te danken aan raadspensionaris Johan van Oldebarneveldt met wie hij echter na vele jaren van samenwerking, over een godsdienstig meningsverschil in conflict raakte. Van Oldebarneveldt werd zelfs op beschuldiging van landverraad ter dood veroordeeld. Maurits die hem de beul had kunnen besparen deed echter niets. Hij zou na de terechtstelling van de raadspensionaris nooit meer de succesvolle legeraanvoerder zijn die hij voordien was. Maurits overleed in 1625 in Den Haag.
Overig
De Maurits- en JWF-kazerne zijn gebouwd in 1904-1906, waarschijnlijk naar een ontwerp van kapitein eerstaanwezend ingenieur van Stolk in neo-renaissance stijl. De kazernes zijn van het zogenaamde lineaire type met achtervleugels. De kazernes dienden voor huisvesting van manschappen en enkele officieren, er waren cellen en rijwielbergingen. De grote hal die later toegevoegd is tussen de binnenste achtervleugels vormde een overdekte binnenplaats die gebruikt werd als exercitielokaal of noodlogies.
Het kazerneterrein had een gemeenschappelijke ingang voor de twee kazernes en kende een nu grotendeels verdwenen symmetrische aanleg en inrichting.
|