Huidige toestand

De Frederik Hendrikkazerne is op dit moment volop in  gebruik door allerlei afdelingen en diensten van de gemeente Venlo, in afwachting van de voltooiing in 2013 van het nieuwe stadhuis. Alleen de voormalige manschappencantine wordt niet gebruikt. Een paar gebouwen op het terrein zijn in gebruik door een dansschool en een club die oude militaire voertuigen rijdende houdt. De noordwesthoek van het terrein is afgescheiden en wordt door de marechaussee gebruikt, tot begin 2011.

De kazerne werd in 2006 aan de gemeente Venlo verkocht en ligt op een uiterst gewilde plek pal tegenover de stadskern van Venlo op de andere Maasoever. De afgelopen jaren zijn er meerdere plannen bedacht en het te ontwikkelen Kazernekwartier zal bestemd worden voor “leisure”. Ontspanning, verblijf en recreëren in gewoon Nederlands. Het grootse deel van de kazerne zal daartoe afgebroken worden.
Een deel van de gebouwen zoals hoofdgebouw, de onderofficierscantine, twee exercitieloodsen, het hospitaalgebouw en drie privaatgebouwtjes zijn beschermd als rijksmonument. Ook monumentale status hebben de hekpijlers bij de ingang en die van voormalige Fort Sint-Michiel.
Zodra Venlo in 2010 een nieuwe gemeenteraad heeft, zal een definitieve beslissing over de invulling van het Kazernekwartier genomen worden. Samen met de herontwikkeling van de linker Maasoever zal de omgeving van de kazerne sterk veranderen. Op de noordoosthoek van het terrein is de locatie gepland voor het nieuwe voetbalstadion van VVV. Tot nu toe houdt de gemeente Venlo vast aan realisatie hiervan tussen 2012 en 2014. Op de rest van het vrijgekomen terrein wordt de bouw voorzien van bioscopen, hotels en een casino.

Geschiedenis

Ergens aan de Maas lag vroeger het Romeinse Blariacum en het kazernterrein is een mogelijke locatie, de naam van het nabijgelegen Blerick zou hiervan afgeleid zijn. Veel zekerder was de vroegere aanwezigheid van twee middeleeuwse schansen op de locatie en het in 1641 door de Spanjaarden gebouwde Fort Sint-Michiel. Dit fort zou tot in de 19e eeuw in gebruik zijn maar werd in 1870 gesloopt, toen Venlo zijn vestingstatus verloor.

Het terrein van het voormalige fort werd gebruikt voor land- en tuinbouw en geraakte later in handen van het echtpaar Zegers-de Rijk, dat er een villa liet bouwen. Ze verkochten in 1909 hun villa met ruim 13 hectare grond waarna in 1910 begonnen werd met de bouw van de kazerne, die 1913 gereed kwam.
Behalve een hoofd/wachtgebouw waren er ondermeer een keukengebouw, exercitieloodsen, scherm- tevens gymnastiekgebouw, vier legeringsgebouwen (paviljoen I t/m IV) met daarachter buitenprivaten, cantinegebouw, magazijnen en een badhuis. De villa van Zegers-de Rijk werd opgenomen in de bebouwing.

Twee jaar na de voltooiing werd de kazerne uitgebreid met een hospitaalgebouw. In de loop der jaren zouden er enige gebouwen bijgebouwd worden zoals logiesloodsen en in 1947 een BOS-pomp, maar ook verdwijnen zoals het keukengebouw en de villa die verloren gingen door oorlogsgeweld. De oorspronkelijke opzet is tot op de dag van vandaag grotendeels bewaard gebleven.
De kazerne zou tot aan de naamgeving in 1934 door het leven gaan als Infanteriekazerne Venlo, maar ook als Kazerne over de Maas en soms ook nog als Fort Sint-Michiel.

Van 1913 tot de meidagen van 1940 werd de kazerne bewoond door het uit twee bataljons bestaande 2e Regiment Infanterie.
Gedurende de 2e Wereldoorlog waren er Duitsers gelegerd en ook na de oorlog, toen Duitse krijgsgevangenen ingezet werden voor het ruimen van mijnen.
In november 1946 kwam de infanterie terug, waarna de kazerne gebruikt werd voor opleidingen voor eenheden van 2, 6 en 11 RI. In 1950 werden deze regimenten omgedoopt in Limburgse Jagers. Tevens werden er Stoottroepers opgeleid en was er een rijopleiding.

Vanaf 1967 tot de opheffing was het rijopleidingscentrum, dat onder de naam Rijschool Venlo door het leven ging, de hoofdbewoner. Tijdens het bestaan van de militaire dienstplicht werden er jaarlijks een kleine 4000 chauffeurs opgeleid in Venlo voor Daf YA126 en 328 en Nekaf, later voor de YA4440 en de Landrover.
In 1994 haalde de kazerne het landelijke nieuws na berichten van drugsdealen door nota bene korporaal-rijinstructeurs en drugsgebruik door dienstplichtigen. Justitie en de marechaussee namen de zaak in onderzoek maar over het verloop hiervan werd niets losgelaten.

In 1990 was onverwachts de Koude Oorlog afgelopen en de Landmacht kromp. In 1996 eindigde de opkomstplicht en daarmee ook het dienstplichtleger. Vanwege de veel kleinere opleidingsbehoefte voor chauffeurs sloten overal in den lande militaire rijopleidingen de poorten. De Rijschool Venlo was eind 2002 één van de laatste.
Na het vertrek van de rijopleiding werd en wordt nog een klein deel van de kazerne gebruikt door de marechaussee en een compagnie van de NATRES.

De naamgever

Prins Frederik Hendrik  van Oranje-Nassau werd in 1584 in Delft geboren en was de zoon van Willem van Oranje. In 1625 volgde hij zijn halfbroer Maurits op als stadhouder. Frederik Hendrik was een succesvol militair in de strijd tegen de Spanjaarden in de Tachtigjarige Oorlog en had als bijnaam de stedendwinger. Hij gaf de voorkeur aan belegeringen van steden boven gevechten in het veld.
In de jaren '30 van de 17e eeuw werd er in de zuidelijke Nederlanden een hevige strijd uitgevochten met de Spanjaarden. Onder zijn leiding werden een groot aantal steden in Brabant, Limburg (Venlo in 1632) en zelfs in Duitsland langs de Rijn veroverd. In 1637 veroverde hij Breda, het laatste Spaanse bolwerk in de zuidelijke Nederlanden.
Frederik Hendrik realiseerde zich dat met oorlog niet alles te winnen was en ontpopte zich ook als bekwaam diplomaat. In 1646 begon hij vredesonderhandelingen met de Spanjaarden, die twee jaar later tot de Vrede van Münster zouden leiden. Frederik Hendrik maakte het einde van de oorlog door zijn dood in 1647 niet meer mee.

Overig

De Frederik Hendrikkazerne is een ontwerp onder verantwoording van majoor, eerstaanwezend-ingenieur, G. C. Makkink. De bouwstijl is als overgangsarchitectuur te beschrijven waarbij in sommige gebouwen kenmerken van de chaletstijl terug te vinden zijn. Naoorlogse bebouwing zoals de kantine zijn in functionalistische stijl of in de weing opmerkelijke, onbenoemde stijlen uit de jaren '70 en later.
De kazerne is een vroeg voorbeeld van paviljoenstijl voor kazernes. Men spreekt van paviljoenstijl vanwege de rangschikking van de losstaande gebouwen als paviljoens rond het centrale exercitieterrein.

Voor foto's uit het verleden, kijk in:

 

Meer weten? In achtergronden, 19e eeuw en einde koude oorlog, worden de periodes en de defensiepolitiek rond het ontstaan en de afstoting beschreven. In architectuur, 1874-1918, de bouw en stijl van deze en andere kazernes.